Crisis

Wat erkenning vraagt

12 juni 2026

“Wat jongeren had moeten helpen, heeft hen verder van huis gebracht. En dat is zacht gezegd.”

Deze zin uit het visie-document Oprecht & Doorleefd, blijft hangen. Niet als abstracte beleidsconstatering, maar als iets wat raakt aan waarom jeugdzorg en jeugdbescherming bestaat en waar het soms tekortschiet. Ernstig tekortschiet.

Afgelopen jaar werd ik gevraagd mee te lezen en mee te denken bij dat document; een visie op erkenning en herstel voor jongeren uit de gesloten jeugdzorg. Ik heb gesprekken gevoerd met mensen die zelf hebben geleden onder de repressie in de gesloten jeugdzorg waaronder Jason Bhugwandass. En hoe dichterbij ik kwam, des te sterker drong het door: erkenning begint met durven zien wat mensen in de jeugdzorg soms meemaken vanuit hun eigen perspectief. Niet wat ze ervan vinden, maar hoe het voor hen als mens is geweest.

Als je het rapport, Eenzaam Gestorven, van Jason leest, bekruipt je een ongemakkelijk gevoel. Je gaat in gedachten mee met de jongeren aan wie geweld is aangedaan. Je voelt hoe pijnlijk het geweest moet zijn en je bent verontwaardigd over zoveel onrecht. En tegelijkertijd voel je je medeverantwoordelijk en beschaamd. Dan zijn er ook nog de gemengde gevoelens van onmacht, frustratie en boosheid, dat het heeft bestaan, en nog bestaat. Wie de verhalen tot zich laat doordringen, voelt wat er is misgegaan. En dat is precies wat nodig is want alleen wie voelt wat er is misgegaan, kan begrijpen wat er moet veranderen.

Deze week staat in het teken van erkenning. Het visie document Oprecht & Doorleefd, het IGJ-onderzoek naar jongeren in de gesloten jeugdzorg, het nieuwe rapport, Eenzaam Gestorven van Jason, het debat in de Tweede Kamer, en vandaag (red.12 juni 2026) de onthulling van het Nationaal Monument ‘De Erkenning’ in Apeldoorn. Dat is geen toevallige samenloop. Het is de uitkomst van jaren strijd door jongeren die hard hebben moeten roepen om gehoord te worden.

Jeugdbescherming Gelderland werkt niet in de gesloten jeugdzorg. Maar de vraag die in al deze visies, documenten en rapporten gesteld wordt, “worden jongeren werkelijk gehoord, gezien, serieus genomen?”, is ook onze vraag. Elke dag. En het eerlijke antwoord is: niet altijd goed genoeg.

Jongeren en ouders die te maken krijgen met jeugdbescherming bevinden zich vaak in een situatie van machtsongelijkheid. Wij nemen ingrijpende beslissingen over hun leven. Dat vraagt iets van ons; niet alleen vakmanschap, maar ook oprechte aandacht voor hoe mensen onze bemoeienis ervaren. En daar is bij ons, net als elders in de jeugdzorg, nog werk te doen.

Ik hoop dat deze periode een markering is voor een echte omslag. Herstel begint met erkennen wat er is misgegaan en het ongemak daarvan niet weg te kijken. Gek genoeg vind ik dit daarom ook een hoopvolle periode.

Arno Lelieveld
bestuurder Jeugdbescherming Gelderland