1. Inleiding
Voor u ligt de toezichtvisie van de Raad van Toezicht (RvT) van Jeugdbescherming Gelderland. Hierin verwoorden wij voor onszelf, voor de bestuurder en medewerkers van de organisatie, voor de cliënten, voor samenwerkingspartners en voor andere belanghebbenden, wat onze visie is op het toezicht. Waarom wij toezicht houden, hoe wij dat invullen. Ofwel: wat is de toegevoegde waarde?
De voorliggende versie is een actualisatie van de toezichtvisie van januari 2019. Op basis van onze ervaringen met het toezicht in het afgelopen jaar, de uitdagingen voor de jeugdbescherming in de toekomst en een reflectief gesprek daarover onder externe begeleiding, zijn een aantal aanpassingen gedaan.
Jeugdbescherming Gelderland is een door het onafhankelijke Keurmerkinstituut gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming en jeugdreclassering.
Jeugdbescherming Gelderland volgt de Governancecode Zorg, die van kracht is vanaf 2017 (update 2022). Jeugdbescherming Gelderland spiegelt zich ook aan de verwachtingen van de externe toezichthouders IGJ en NZa, zoals vastgelegd in het Kader Goed Bestuur (2020). De code en het kader hebben betrekking op het Bestuur, op de Raad van Toezicht, alsmede het samenspel tussen beiden.
De Raad van Bestuur (RvB) is eindverantwoordelijk voor en belast met het besturen van Jeugdbescherming Gelderland. Taken, verantwoordelijkheden en wijze van besluitvorming heeft de RvB vastgelegd in een Bestuursreglement dat is vastgesteld met goedkeuring van de Raad van Toezicht (vastgesteld op 11 oktober 2021).
Samenhangend met het bestuursreglement is er een Reglement van Toezicht, waarin de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de RvT zijn beschreven (vastgesteld op 11 oktober 2021). Daarnaast is er een Informatieprotocol, waarin staat beschreven welke informatie de RvT van de RvB zal ontvangen om haar taak goed te kunnen uitvoeren, alsmede welke informatie de RvT zelf vergaart (vastgesteld op 18 december 2018).
2. Missie en visie Jeugdbescherming Gelderland
Ons ultieme doel is dat alle kinderen en jongeren veilig opgroeien. Dat betekent voor ons dat zij een gezond zelfvertrouwen ontwikkelen/ behouden/ herstellen, met vertrouwen in anderen, maar ook in een omgeving die vertrouwen heeft in hen. Zo groeien zij op tot zo zelfstandig mogelijke en betekenisvolle volwassenen met dus ook betekenisvolle relaties en in sociale netwerken waarin mensen zich gelijkwaardig aan elkaar voelen.
Wij, de mensen van Jeugdbescherming Gelderland, maken ons er hard voor dat iedereen in de samenleving zich hiervan bewust is en bijdraagt aan in vertrouwen veilig opgroeien’. “It takes a village to raise a child.”
In een zin is onze missie: ALLE KINDEREN BLIJVEND VEILIG
Wij, de mensen van Jeugdbescherming Gelderland, zijn gericht op:
- Herstel van vertrouwen en veilig opgroeien of het voorkomen van wantrouwen enonveilig opgroeien, in samenwerking met;
a. kinderen, jongeren en gezinnen (inclusief de netwerken rond gezinnen) zelf
b. collega zorgprofessionals en
c. gemeenten en andere overheidsinstanties, - Speciaal in relatie tot de wettelijke context (jeugdwet & strafrecht) en,
- Gericht op alle mensen in alle Gelderse gemeenten, die het betreft.
En dat zijn we, in vertrouwen en op basis van professionele kennis, beroepsvaardigheden en mentale kracht.
Kinderen, jongeren en gezinnen die te maken hebben met verwaarlozing, mishandeling, onbegrip, wantrouwen, strafbaar gedrag, of onvermogen van ouders/opvoeders (zonder dat zij daar zelf de oorzaak van zijn), groeien niet op in vertrouwen en in veiligheid. Hun ontwikkeling stagneert, gevoel van eigen waarde neemt af, vertrouwen in zichzelf en in de mensen om hen heen verdwijnt en destructief gedrag in welke vorm dan ook zich zal manifesteren. Het voorkomen of zo snel mogelijk herkennen, erkennen en herstellen van zulke omstandigheden beschouwen wij als ‘in vertrouwen veilig opgroeien’.
3. Uitdagingen de komende jaren
Een toezichtvisie moet ook gelezen en ingevuld worden in het licht van de ontwikkelingen van dit moment en de komende jaren. Welke zijn deze?
Met de transitie in 2015 was er de noodzaak om een gecertificeerde instelling voor Jeugdbescherming & Jeugdreclassering te worden (een GI). Jb Gld heeft het certificaat daartoe behaald; het certificaat behouden vraagt echter veel inspanning.
De sector staat al enkele jaren onder druk. Er zijn wachtlijsten bij de jeugdbescherming en de jeugdzorg, er is maatschappelijke discussie over de kwaliteit en effectiviteit van maatregelen, en er is veel externe druk, waaronder media-aandacht. Deze factoren zorgen voor druk op medewerkers en leiden tot extra verloop. De arbeidsmarkt is krap. Extra aandacht is nodig voor het op orde houden van de bezetting, vakkennis en kunde, motivatie, en binding van medewerkers. Het voorgaande vergt veel van de organisatie en haar medewerkers: er moet worden geschaakt op korte én op lange termijn, met veel onzekerheden.
De sector voelt zich gesteund door de landelijke afspraken tussen Rijk, gemeenten en GI’s ten aanzien van een passende caseload, standaard tarieven en algemene voorwaarden. Dit biedt duidelijkheid en maakt dat een gezonde bedrijfsvoering mogelijk is. Regionaal zorgt de Gelderse verbeteragenda voor commitment van alle partijen om in Gelderland de kwaliteit te verhogen en de dienstverlening zo preventief mogelijk in te zetten. Dit biedt ook uitzicht op stabiele en evenwichtige werkrelaties.
Daarnaast zijn er de ontwikkelingen rondom de Regionale Veiligheidsteams. Deze teams zijn opgericht om de samenwerking tussen verschillende instanties, zoals de Gecertificeerde Instellingen, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming, te versterken en te coördineren op regionaal niveau. Het doel is om sneller, effectiever en liefst preventief in te kunnen grijpen in onveilige thuissituaties, waarbij de veiligheid van het kind in het geding is. Het belang van deze teams zal naar verwachting toenemen, aangezien zij een cruciale rol spelen in het waarborgen van de veiligheid en bescherming van kwetsbare kinderen. Voor JbGld betekent dit dat er intensiever samengewerkt moet worden binnen deze veiligheidsteams, wat vraagt om flexibiliteit en snelle aanpassingen in de werkwijzen en processen.
De bedrijfsvoering en het financiële beleid zijn in de afgelopen jaren op orde gebracht. De onderliggende basisprocessen zijn op orde, en er is voldoende vakkennis in huis. Financieel is de organisatie gezond.
In de komende jaren zullen zorgtechnologie, verdere digitalisering, en thema’s als ‘big data’ steeds belangrijker worden, ook in de jeugdzorg. Ontwikkelingen in technologie kunnen bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van zorg en kunnen de regie bij cliënten op bijvoorbeeld dossiervorming vergroten (denk aan cliëntportalen). Deze vernieuwingen kunnen bovendien het werk van medewerkers in de jeugdzorg verlichten en aantrekkelijker maken.
Samenwerken met medewerkers, gemeenten, in netwerken (lokaal, regionaal en landelijk), met andere (jeugd)zorgprofessionals en zorgaanbieders, sociale wijkteams, CJG’s, onderwijs, en andere maatschappelijke organisaties blijft noodzakelijk om de taak van de jeugdbescherming vanuit maatschappelijk perspectief goed uit te voeren. Effectief samenwerken, zeker met de integratie van Regionale Veiligheidsteams, stelt hoge eisen aan de flexibiliteit en het aanpassingsvermogen van de organisatie en haar medewerkers.
4. Waarom houden wij toezicht?
De Raad van Toezicht (RvT) van Jeugdbescherming Gelderland ziet erop toe dat de organisatie doet waartoe zij is opgericht én wat er vanuit maatschappelijk perspectief wordt verwacht: Alle kinderen blijvend veilig.
De RvT vervult daartoe drie rollen:
- Werkgever: de RvT is de werkgever van de Raad van Bestuur (RvB). De RvT stelt aan en ontslaat wanneer dat aan de orde is. Het functioneren van de RvB wordt periodiek beoordeeld door de RvT.
- Toezichthouder: de RvT is verantwoordelijk voor het toezicht binnen de organisatie. Dit betreft zowel de continuïteit en kwaliteit van de zorg- en dienstverlening als de continuïteit van de organisatie. Daarnaast houdt de RvT toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken in de organisatie, de besturing van JbGld, het integer handelen van het bestuur, en de kwaliteit van bestuur en besturing.
- Adviseur en klankbord: de RvT kan de RvB, vanuit eigen ervaring en kennis, adviseren en andere invalshoeken inbrengen in het beslissingsproces, zowel gevraagd als ongevraagd. Deze rol kan, met medeweten en instemming van de RvB, ook worden vervuld naar leden van het Managementteam (MT).
Naast deze drie kerntaken, heeft de Raad van Toezicht een aanvullende rol als “hoeder van het gesprek”, zoals beschreven door de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorg en Welzijn (NVTZ). Deze rol houdt in dat de RvT een actieve verantwoordelijkheid draagt voor het bewaken van de dialoog binnen de organisatie, zowel intern als extern. Dit betekent dat de RvT ervoor zorgt dat essentiële thema’s zoals de visie op zorg, ethische vraagstukken, en maatschappelijke verantwoordelijkheid continu besproken worden. Door als hoeder van het gesprek op te treden, draagt de RvT bij aan een cultuur waarin open communicatie, reflectie, en collectieve verantwoordelijkheid centraal staan.
De formele bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Raad van Toezicht zijn vastgelegd in het Reglement van Toezicht. Echter, de rol als hoeder van het gesprek benadrukt de dynamische en proactieve invulling van het toezicht, waarbij het bevorderen van een constructieve dialoog en het waarborgen van de kernwaarden van de organisatie een centraal onderdeel vormen van de taakopvatting van de RvT.
5. Hoe houden wij toezicht?
De RvT expliciteert haar rolopvatting in deze Toezichtvisie, stelt de RvB in staat om daarop feedback te geven en stelt de Toezichtvisie vast. De RvT acteert vanuit een maatschappelijk perspectief en binnen de externe kaders. Dit veronderstelt dat de RvT zich op de hoogte stelt van wat het maatschappelijk perspectief is, wat de kaders zijn en wat de ontwikkelingen zijn. Dit doet zij door kennis te nemen van relevante adviezen, opinies en mediaberichten, door relevante ontwikkelingen vanuit het eigen werk- en vakgebied in te brengen in de RvT, door periodieke bijscholing, en door externe gesprekken met belanghebbenden.
De RvT stelt – na samenspraak met de RvB – haar eigen (jaar)doelstellingen en (jaar)agenda vast, waarin de onderwerpen die zij van belang vindt, worden benoemd en ingepland. Deze onderwerpen kunnen van inhoudelijke, organisatorische of ontwikkelings-aard zijn.
De RvT acteert als een collectief en is gezamenlijk verantwoordelijk voor het goed uitvoeren van haar rollen en taken, zoals in de paragraaf hiervoor beschreven. De RvT stelt uit haar midden commissies samen die de vergaderingen van de RvT op onderwerpen voorbereiden en/of opvolgen. De commissies zijn benoemd in het Reglement RvT: Renumeratiecommissie, Commissie Kwaliteit & Veiligheid, Auditcommissie. De scope en taken van deze commissies staan beschreven in de bijlage. De commissies hebben geen zelfstandige bevoegdheden; deze blijven bij het collectief van de RvT. De commissies zorgen ervoor dat ze volgbaar zijn voor de andere leden van de RvT en dat het collectief bespreken van de voorbereide onderwerpen doelmatig gebeurt.
De manier waarop de RvT-leden individueel, in commissies en collectief acteren, kenmerkt zich door:
- Acteren op basis van waarden: integriteit, aanspreekbaarheid, betrouwbaarheid, zorgvuldigheid, openheid en transparantie.
- De dialoog als instrument te benutten en daarmee te streven naar openheid en verbinding.
- In de samenwerking uitgaan van vertrouwen en verantwoordelijkheid.
- Betrokken zijn op afstand, dichtbij als de situatie dat vergt.
- Sparringpartner zijn voor het bestuur waarin ‘uitdagen, spiegelen en kritisch volgen’ in balans zijn.
- Transparant en zorgvuldig zijn in de wijze van toezichthouden. Bewust zijn dat anderen ons moeten kunnen volgen.
- Rolvast zijn en weerstand bieden aan de reflex om op de stoel van de bestuurder te gaan zitten en/of in de details te duiken.
- Aandacht hebben voor alle elementen voor effectief leiderschap en goed management (operationeel management, strategisch management, personeelsmanagement en haalbare doelen).
Noodzaak en uitdagingen van toezicht binnen een netwerkcontext:
In toenemende mate wordt van de RvT verwacht dat zij niet alleen toeziet op de interne werking van de organisatie, maar ook oog heeft voor hoe de organisatie functioneert als onderdeel van een breder netwerk van zorg- en maatschappelijke instellingen waaronder gemeenten, Regionale Veiligheidsteams, stevige lokale teams, onderwijsinstellingen en andere zorgaanbieders.
Dit betekent dat de RvT niet alleen toezicht houdt op de uitvoering van de eigen strategie van Jeugdbescherming Gelderland, maar ook op de manier waarop de organisatie zich verhoudt tot en samenwerkt met deze externe partners. De uitdagingen hierbij zijn onder andere:
- Het balanceren tussen het interne perspectief en het bredere netwerkperspectief.
- Het verkrijgen van inzicht in en toezicht houden op de complexiteit van samenwerking met verschillende partners, waarbij elk hun eigen doelstellingen, culturen en werkwijzen hebben.
- Het waarborgen dat de samenwerking bijdraagt aan het bereiken van de strategische doelen van de organisatie en tegelijkertijd de maatschappelijke verwachtingen en eisen wordt voldaan.
De RvB bepaalt de strategie – mede op basis van analyses, signalen van binnen/buiten de organisatie en eventuele scenario’s – en vertaalt deze naar concrete plannen en implementatie. De RvT houdt hier toezicht op, omdat dit wezenlijk is voor de doelrealisatie. Als de strategie is vastgesteld, haakt de RvT ook hierop aan in haar toezicht (hoe) én blijft alert op nieuwe inzichten van binnen of buiten die aanleiding kunnen geven voor bijstelling.
De RvT spreekt als eerste met de RvB en wordt door de RvB met informatie gevoed om haar rol goed te kunnen uitvoeren. De RvT heeft ook een zelfstandige verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat zij de juiste informatie heeft en kan daartoe – met medeweten van de RvB – uit de organisatie informatie opvragen en medewerkers spreken. De formele kant van de afspraken tussen RvB en RvT met
betrekking tot informatie-uitwisseling ligt vast in het Informatieprotocol.
De RvT spreekt minstens één keer per jaar het MT, de Ondernemingsraad, de Cliëntenraad en het Jongerenplatform in aanwezigheid van de bestuurder. Evenzo kan de RvT externe partners spreken om zicht te houden op de externe verwachtingen en ontwikkelingen.
De RvT is extern door de RvB inzetbaar als daar aanleiding toe is en de RvT door haar aanwezigheid kan bijdragen. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in de vertegenwoordiging richting de stelselverantwoordelijke en bij lokale politiek-bestuurlijke aangelegenheden. De RvT onthoudt zich in beginsel van zelfstandige externe uitingen via de (sociale) media. In geval van een crisis die het functioneren en/of de continuïteit van de gehele organisatie raakt, kan de RvT – na consult bij de RvB – zich zelfstandig uiten indien dat in het belang is van de organisatie en herstel van vertrouwen.
De RvT is verantwoordelijk voor haar eigen functioneren en daarmee voor het leren & ontwikkelen. Dit geldt voor ieder individueel lid en de RvT als collectief. Tenminste één keer per jaar wordt in collectief verband bezien welke relevante ontwikkelingen er zijn en welke bijscholing collectief of individueel nodig is.
Er dient geen enkele twijfel te zijn over de integriteit van RvT-leden. Het gedrag van RvT-leden is in overeenstemming met de kernwaarden van de organisatie. Ieder RvT-lid is daar zelf attent op en is daarop individueel aanspreekbaar. In het Reglement RvT is geëxpliciteerd wat dit formeel inhoudt en wat de procesgang is bij een (mogelijke) belangenverstrengeling.
De RvT reflecteert gedurende het jaar op haar eigen functioneren en betrekt daar ook de bestuurder in. Tenminste één keer per jaar wordt het functioneren formeel geëvalueerd. Tenminste eens in de drie jaar gebeurt dat onder externe begeleiding.
De RvT is zich bewust van haar maatschappelijke én werkgeversverantwoordelijkheid bij het jaarlijks vaststellen van de bezoldiging van de RvB en RvT zelf. Op basis van de Beloningscode Bestuurders in de Zorg en de vigerende wetgeving Wet Normering Topinkomens (WNT) wordt de klasse-indeling vastgesteld. Deze klasse-indeling is bepalend voor het maximum van de bezoldiging van de bestuurder en leden RvT. Controle hierop maakt onderdeel uit van de werkzaamheden en rapportage door de accountant.
De RvT legt maatschappelijke verantwoording af in een apart hoofdstuk in het jaarverslag en is voor belanghebbenden aanspreekbaar op haar rol.